Amnestie Bouterse dichterbij

Pertjajah Luhur, de partij van Paul Somohardjo, heeft bekendgemaakt dat de leden en het bestuur geen bezwaar hebben tegen amnestie. Met deze steun lijkt de benodigde meerderheid in het parlement behaald voor de wetswijziging van de amnestiewet van 1992.

In ieder geval zal het benodigde quorum van minimaal 26 leden makkelijk worden gehaald. Zelfs als van de minimaal 26 aanwezige leden er 14 personen voor de wetswijziging zijn, kan de wet al worden aangenomen.

In de  besloten Assemblee vergadering van vrijdag 30 maart 2012 zal het preadvies van de Commissie van Rapporteurs worden besproken. Twee leden van de oppositie die in de Commissie van Rapporteurs zitten hebben het preadvies niet getekend. Het voorstel van het wetsontwerp zoals het vorige week op tafel lag, is mogelijk  uitgebreid met een toevoeging waarbij na amnestie, waarheidsvinding volgt. Of de toevoeging van waarheidsvinding na amnestie mogelijk is en hoe dat eruit komt te zien is nog niet bekend. Of president Bouterse dan zal moeten vertellen wat er zich in die decemberdagen heeft afgespeeld zal dan ook duidelijk worden.  De besloten vergadering was kort. Het wetsontwerp gaf volgens de berichtgeving geen reden tot juridische aanvullingen.

Op maandag 3 april 2012  zal in de openbare vergadering van de Assemblee een begin gemaakt worden met de behandeling van het wetsontwerp. De behandeling zal  waarschijnlijk drie dagen in beslagnemen en zal op woensdag 5 april 2012 worden afgerond.

Amnestie wordt verleend voor gepleegde strafbare feiten en zal in dit geval worden verleend voor de ‘gebeurtenissen van december 1982’ en de ‘binnenlandse oorlog.’  Naar alle waarschijnlijkheid zullen die feiten nog exacter worden beschreven. Somohardjo heeft al in 2007 gezegd voor amnestie te zijn. Lees ook: Amnestie en strafproces – 2007

De volgende zitting van de Krijgsraad stond geagendeerd op vrijdag 13 april 2012. Op die dag zou het requisitoir  – de aanklacht –  van de auditeur-militair  worden uitgesproken tegen Bouterse, Gorré, Boerenveen en Stolk. Door de aanname van de amnestiewet werd het proces gestaakt.

Irwin Kanhai, de raadsman van hoofdverdachte Desi Bouterse, liet in deze periode weten dat hij zijn pleidooi in het 8 decemberstrafproces gewoon gaat houden. ‘Ik zal wijzen op de amnestiewet als die intussen is afgekondigd, maar ik ga geen beroep daarop doen om het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren’, zegt Kanhai aan Starnieuws. Kanhai zegt dat hij vrijspraak zal eisen voor zijn cliënt Bouterse en overige verdachten die hij verdedigt. Hij acht de tenlastelegging moord en uitlokking tot moord niet bewezen.

Bond van Leraren voor strafproces 8 decembermoorden

Communiqué

Naar aanleiding van de poging tot aantasting van de rechtstaat Suriname, heeft het bestuur van de Bond van Leraren gemeend heden een spoedbijeenkomst te houden met zijn shopstewards ter bespreking van de ontstane situatie in ons land.
Wij hebben geconstateerd dat vanuit het parlement acties zijn ondernomen ter aanpassing van de Amnestiewet, waarbij totaal voorbij is gegaan aan de bevoegdheden van de rechterlijke macht. Het is van eminent belang dat wanneer de onafhankelijke rechter met rechtspleging bezig is, hij dat ongestoord, zonder interventie van de wetgevende macht en de uitvoerende macht, moet doen.
De rechtstaat in Suriname moet worden gehandhaafd. Wij zijn van oordeel dat de onafhankelijke rechtspraak in Suriname moet worden gegarandeerd. Derhalve moet de rechter de kans geboden worden een uitspraak te doen met betrekking tot het 8 Decemberstrafproces.
De Bond van Leraren wil benadrukken dat geen enkele organisatie gestoeld op democratische principes in een dictatuur zal gedijen. Daarom roept de bond de gehele gemeenschap op krachtig daartegen te protesteren.
Als vorm van protest zal de Bond van Leraren zijn leden oproepen voor een spoed algemene ledenvergadering op dinsdag 27 maart om 10.00 uur in het BVL-centrum.

Namens de Bond van Leraren,
De voorzitter, W. Valies
De secretaris, M. Sewnundun-Mangre

Gepubliceerd : 23 maart 2012

Nawoord: Ondanks de slechte opkomst heeft de Bond van Leraren haar standpunt op dinsdag 27 maart 2012  bekrachtigd. De Bond blijft bij haar standpunt dat de rechter ongestoord tot een uitspraak moet komen inzake het strafproces van de Decembermoorden. De rechtstaat moet worden gehandhaafd  De reden van de slechte opkomst zou komen doordat de vergadering tijdens schooltijd is uitgeschreven.

Rozendaal beschuldigt Bouterse

BOXEL: Op vrijdag 23 maart 2012 om 09.00 uur Surinaamse tijd ( 13.00 uur Nederlandse tijd) is Ruben Rozendaal – als laatste – nog een keer gehoord door de Krijgsraad. Hij is de enige verdachte die een belastende verklaring aflegt tegen Desi Bouterse. Rozendaal verklaart op 23 maart 2012 dat Bouterse de vakbondsleider Cyrill Daal en Surindre Rambocus de militair, persoonlijk heeft doodgeschoten. Rozendaal zou ten tijde van de moorden een vertrouweling van Bouterse zijn geweest en Bouterse zou hem deze informatie hebben toevertrouwd. (zie voor meer informatie: Verdachten -Ruben Rozendaal)

Verder zouden Errol Alibux, Harvey Naarendorp en Ivan Graanoogst volgens Rozendaal ook aanwezig zijn geweest in Fort Zeelandia. De genoemde personen ontkennen elke betrokkenheid. Graanoogst is voor het begin van de strafzaak nog van de verdachtenlijst afgehaald door het Hof van Justitie. Lees ook: het interview met Ivan Graanoogst. 

FORT ZEELANDIA: Na de zitting op 23 maart was er nog een twee uur durende schouw in Fort Zeelandia. Naast Rozendaal waren ook getuigen Onno Flohr en Arthy Gorré  aanwezig.  

Rozendaal was aanwezig omdat hij o.a. verklaard heeft dat hij op 8 december omstreeks half 6 in de ochtend een aantal doden aantrof. Het is aannemelijk dat hij tijdens de schouw  de plek of de plekken heeft moeten aanwijzen en heeft moeten vertellen hoe hij de omgekomenen aantrof.  

Onno Flohr was op 8 december 1982 lid van het vuurpeloton. Hij heeft verklaard dat Bouterse bij de executies aanwezig was, maar zelf niet heeft geschoten. Op bevel van Paul Bhagwandas heeft Flohr geschoten op Harold Riedewald, John Baboeram en André Kamperveen. Flohr heeft op 8 december 1982 alle leden van de groep van 16, waarvan de meesten in burger, in Fort Zeelandia gezien.

Gorré als commandant van de Echo Compagnie kende het Fort zoals het toen was ingericht, omdat het zijn werkterrein was. Dit was de tweede keer dat er in het Fort werd geschouwd. De eerste keer was in november 2010.

VOLGENDE  ZITTING: vrijdag 13 april 2012 kan de auditeur militair komen met de eis tegen de verdachten:  Desi Bouterse, Arthy Gorré, Etienne Boerenveen, Jimmy Stolk en anderen. De zitting wordt verdaagd naar vrijdag 11 mei 2012 omdat de auditeur militair aan het begin van de zitting vraagt de zaak voor onbepaalde tijd op te schorten tot er een Constitutioneel Hof is.  Alleen een Constitutioneel Hof zou bevoegd zijn te toetsen of de omstreden wet  in strijd is met de grondwet. Suriname heeft zo’n hof niet. De advocaten hebben op de zitting ook verzocht het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren. Het oordeel ligt nu bij de rechters. Op 11 mei zal duidelijk moeten worden of de strafzaak stopt, wordt aangehouden tot er een Constitutioneel Hof is of doorgaat.

AMNESTIEWET : Ook op 13 april 2012 – vroeg in de ochtend zijn ca. 500 mensen op het Onafhankelijkheidsplein. Er is door de NDP, de partij van president Desi Bouterse, opgeroepen massaal aanwezig te zijn. Dit ter ondersteuning van de indieners die wetswijzingen van de amnestiewet van 1992 in het parlement ter stemming willen brengen. 

De parlementsvergadering staat gepland om 11.00 uur Surinaamse tijd ( 15.00 uur Nederlandse tijd). Achterliggende gedachte was dat bij een meerderheid de voorgestelde wijziging – nog dezelfde dag – in stemming zou kunnen worden gebracht. Echter in de dagen voorafgaand aan de vergadering bleek al dat de meningen in het parlement sterk verdeeld waren. Bij een akkoord over de amnestiewet zou de strafzaak van de 8 decembermoorden kunnen worden gestaakt en zouden de president en andere verdachten vrijuit gaan. Er was echter geen quorum (26) de presentielijst werd door 24 personen getekend. De vergadering wordt daarom verdaagd naar vrijdag 30 maart 2012.

Klik na de link op video om het verslag van Apintie van 23 maart 2012 te bekijken:   http://www.apintie.sr/vidi.php?vid=4440

bekendmaking Nationale Assemblée

Brief nabestaanden aan parlement inzake amnestie

Brief nabestaanden aan parlement inzake amnestie:

Geachte,
1. Voorzitter en leden van De Nationale Assemblee
2. de Regering van de Republiek Suriname

Op maandag 19 maart 2012 is publiekelijk bekend gemaakt en daardoor hebben ondergetekenden, allen medeverzoekers betrekkelijk het verzoek aan het Hof van Justitie van Suriname in het jaar 2000 om strafvervolging te bevelen van onder meer Desiré Delano Bouterse terzake van moord en medeplichtigheid aan moord, daarvan kennis genomen dat door 6 leden van uw college krachtens artikel 78 van de grondwet van de Republiek Suriname een ontwerp van wet aan uw college ter behandeling is voorgelegd inhoudende wijziging en aanvulling van de Amnestiewet 1989.

Ondergetekenden zijn van oordeel dat uw college voormeld ontwerp van wet rechtens niet vermag goed te keuren en wel op de navolgende gronden.
Dit schrijven richten ondergetekenden dan ook aan u als inhoudende een verzoek in de zin van artikel 22 lid 1 van de grondwet.
Vermelde gronden zijn dan de volgende:

1. Ingevolge artikel 4 van het wetboek van strafvordering heeft het Hof van Justitie van Suriname bij beschikking d.d. 31 oktober 2000 haar Procureur-Generaal bevolen tegen de persoon van Desiré Delano Bouterse en tegen diegenen die daarvoor in aanmerking komen een strafvervolging in te stellen ter zake van moord en medeplichtigheid aan moord.

Op 8 november 2000 heeft de Procureur-Generaal, gevolg gevend aan voormeld vervolgingsbevel, aan de Rechter Commissaris een vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek gedaan tot welk gerechtelijk vooronderzoek de Rechter Commissaris ook is overgegaan. Daarmede was de vervolging van Bouterse en andere voornoemde personen aangevangen en was daardoor ook de zaak bij de rechter aanhangig.

In gevolge artikel 131 lid 3 van de grondwet is elke inmenging inzake de vervolging en inzake bij de Rechter aanhangig, verboden. Dit verbod richt zich tot zowel de gewone burger als de organen van de staat die met de hoogste trappen van staatsmacht zijn bekleed.

Dit laatste blijkt helder en duidelijk uit artikel 69 van de grondwet luidende: “de wetgever, de regering en de overige overheidsorganen nemen de bepalingen van de grondwet in acht”.
Het verlenen van amnestie door de wetgever houdt in: het opheffen van de vervolgbaarheid of verdere vervolgbaarheid van een verdachte. Op grond van het voorgaande betekent dus het verlenen van amnestie aan personen die vervolgd worden en wier zaak zich onder de rechter bevindt een ernstige schending van artikel 131 lid 2 voormeld, aangezien het helder en duidelijk een inmenging inhoudt in zaken die zich onder de rechter bevinden.

2. Suriname is sinds 12 november 1987 partij bij ‘The American Convention on Human Rights 1969’ en ingevolge artikel 1 van dit verdrag is Suriname verplicht de bepalingen van dit verdrag volledig te respecteren en te handhaven. Die verplichting wordt wat betreft de rechterlijke bescherming van de rechten van dat verdrag aan personen toegekend nader gepreciseerd in artikel 25 lid 2 sub C van dit verdrag inhoudende dat de organen van de staat verplicht zijn om te verzekeren dat die rechterlijke bescherming ook geïmplementeerd wordt en effectief is.

Als nu zoals boven aangegeven amnestie verleend zou worden met betrekking tot de personen die krachtens bovenvermelde beschikking van het Hof van Justitie van Suriname vervolgd worden, en wier zaak dus onder de rechter is, dan is mitsdien de consequentie dat de staat Suriname zich schuldig maakt aan een ernstige schending van artikel 25 van ‘The American Convention on Human Rights 1969’. De redegeving voor bovenvermeld wetsvoorstel is volstrekt ondeugdelijk zoals die is neergelegd in het intitulé daarvan en in het daarbij gevoegde concept voor een memorie van toelichting.

Immers, op geen enkele wijze wordt aangegeven dat de nationale eenheid in verdere ongestoorde ontwikkeling van de Republiek Suriname in gevaar zou komen als geen amnestie wordt verleend. Dat een dergelijke aangifte niet is geschied is uiteraard een gevolg van het feit dat dát gevaar niet bestaat. Ter dien aanzien moet nog worden opgemerkt dat amnestie een beleidsinstrument is voor oplossing van conflictsituaties die zich binnen de gemeenschap of delen daarvan kunnen voordoen en dus is er geen sprake van onderbreking van amnestieperioden aangezien elke amnestie een op zichzelf staande handeling is, toegespitst op een zich op een bepaald moment voordoende situatie.

De argumentatie in voormeld concept voor memorie van toelichting dat voortgang van de vervolging van bovengenoemde personen een eensgezinde ontwikkeling van de staat Suriname zou verstoren, is evenzeer een totaal ondeugdelijke stelling.
Immers, juist wanneer de onafhankelijke en onpartijdige rechter zijn oordeel heeft gegeven over de deugdelijkheid van de vervolging, zal de gemeenschap dit accepteren en vervolgens voortgaan met inachtneming van dat oordeel haar leven te vervolgen.
Het ecarteren van een dergelijk oordeel door een politiek besluit zal in tegendeel tot frustratie van die acceptatie leiden.

Ondergetekenden doen dan ook een zeer dringend beroep om het aan u voorgelegde wetsontwerp niet in behandeling te nemen c.q. niet goed te keuren en doen voorts een dringend beroep op de regering c.q. President om indien niettemin van een dergelijke goedkeuring sprake zou zijn, het wetsontwerp zoals voormeld niet te bekrachtigen.”

Nabestaanden van de slachtoffers van 8 december 1982:
H. Kamperveen
D. Leckie
U. Bainathsah (namens Rambocus)
R. Sohansingh
J. Riedewald
H. Behr
E. Wijngaarde
Shantie Sheombar
Shanti Adhin (namens familie Baboeram)
T. Oemrawsingh

Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede:
Betty A. Goede- Jong- A- Lim
H. Leeuwin- Alvares

Stichting Moiwana:
Danny Egger

Stichting 8 december 1982:
E. Wijngaarde