Berichten

Parlement buigt zich over amnestiewet

Op maandag 2 april 2012 staat de ontwerpwet Amnestie weer op de agenda van het Surinaamse parlement. In totaal 30 leden tekenen de presentielijst. Omstreeks 11.45 uur Surinaamse tijd – Nederlandse tijd: 16.45 uur wordt de vergadering door parlementsvoorzitter Jenny Simons geopend om kort daarna weer te worden geschorst. De spanningen en verdeeldheid in het parlement zijn hoorbaar, er is veel rumoer. Ik luister via radio Boskopu, het radiostation dat alle parlementsvergaderingen integraal uitzendt.

De president, vice-president en de ministers zijn niet aanwezig.

De sprekers brengen hun meningen en standpunten op een heftige manier naar voren. Begrijpelijk, want de gebeurtenissen rond 8 december 1982 houden al 30 jaar de Surinaamse samenleving in de greep en hebben de samenleving ernstig verscheurd.

De tegenstanders van de wet noemen het een zwarte dag, een dag waarop de grondwet weer zal worden vertrapt.  Het parlement moet geen orgaan worden dat mensen uit de gevangenis houdt en straffeloosheid goedkeurt. Er kan en mag maar één ding met het wetsvoorstel gebeuren en dat is: het  intrekken. Het heeft anders verregaande consequenties voor de nationale – en internationale rechtsorde, ook omdat in de grondwet staat dat het verboden is in te grijpen wanneer een rechtzaak loopt. Hoewel het parlement het recht heeft wetsvoorstellen in te dienen, geldt het niet voor zaken die rond 8 december 1982 spelen. Dat waren mensenrechtenschendingen en daar kan je geen wetsvoorstellen voor indienen, daarvoor geldt amnestie niet.

Slachtoffers zijn van hun bed gelicht of zaten gevangen, waren ongewapend, vormden geen enkel gevaar op moment dat ze werden opgehaald. Waar is de bewijslast dat ze subversief bezig waren? Dat  onderzoek is  gaande. Alleen het strafproces zal ons de nodige en benodigde informatie verschaffen, aldus de tegenstanders. In het wetsvoorstel staat bovendien niet hoe de rechterlijke macht zal worden ondersteund. Ze willen garanties voor de rechtstaat. Geen enkele wet, geen enkel parlement mag de rechterlijke macht hinderen. Er is geen aanleiding voor amnestie, het staatsbelang wordt niet gediend.

De voorstanders vinden wel dat er sprake is van staatsbelang . Bovendien is de wet al eerder goedgekeurd, ze hebben alleen de periode uitgebreid, zegt Anton Paal, één van de indieners. ( Uitbreiding periode: 25 februari 1980 – 1 januari 1992 ) Ze pleiten voor de wet omdat het in nationaal belang is rust en stabiliteit te handhaven. Zij zeggen de eenheid in het land voor ogen te hebben en willen dat de merkbare verdeeldheid wordt weggehaald. Met de waarheidscommissie, die onlangs nog aan het wetsvoorstel is toegevoegd, willen ze tot nationale verzoening komen, want  alleen in eenheid kan er aan welvaart en welzijn worden gewerkt. Er wordt niet voor niets over ongestoorde ontwikkeling in het ontwerp gesproken. Deze positieve ontwikkelingen moeten niet gestoord worden. Een andere positieve ontwikkeling die genoemd wordt is dat de KLM weer frequent op Paramaribo vliegt in een Boeing 747. Rumoer in de zaal.

Interrupties: verschillende sprekers vinden dat de voorstanders van de wet een verkeerde voorsteling van zaken geven. Niemand is tegen ontwikkeling. Bovendien worden zaken nu geclaimd, terwijl veel ontwikkelingen al ingezet zijn bij voorgaande regeringen. Ontwikkeling heeft niets met amnestie te maken en die zaken met elkaar in verband brengen geeft een verkeerde voorstelling van zaken. Het lijkt wel, dat als je het niet eens bent met amnestie, dat je bang moet zijn voor je leven.  Het wordt nu als een bedreiging gebracht. Waar zou de verstoring, waarover men spreekt en waar de wet voor nodig is, uit zijn ontstaan? Als de sprekers over meer informatie beschikken, moeten ze die maar delen met het parlement. Er was geen onrust in het land, die is ontstaan door de inbreng van amnestie vlak voor de uitspraak van de Krijgsraad over de decembermoorden van 1982.  Vooral de haast die daarmee gepaard gaat maakt onrustig.

Er wordt melding van gemaakt dat zelfs vandaag in het parlement bedreigingen geuit zijn om mensen bang te maken. Parlementariër Bouva zou kunnen getuigen, zegt parlementariër Ruth Wijdenbosch. Bouva zegt niets bedreigends te hebben gehoord. Er zou gezegd zijn w’o batting, we slaan hem in mekaar – maar Bouva zegt dat hij gehoord heeft oen’ debatting, we gaan met hem debatteren.

Herhaaldelijk gaat de discussie over december 1982 en de jaren erna. Getuigenissen over hoe er in grote angst werd geleefd, hoe levens werden bedreigd en studenten werden afgeranseld. Niet iedereen had toen die bescherming die een rechtstaat je kan verschaffen. Simons, de parlementsvoorzitter, merkt op dat heel veel mensen ervaringen hebben opgedaan in die periode, dat zou misschien iets voor de waarheidscommissie kunnen zijn, suggereert ze.

Er zijn ook vragen. Over de juridische positie van de slachtoffers die op en rond  8 december 1982 zijn omgekomen. Hoe staatsgevaarlijk waren ze? De slachtoffers zijn van hun bed gelicht of zaten in de gevangenis. Ze waren ongewapend, vormden geen enkel gevaar op moment van gevangenneming. Waar is de bewijslast dat ze subversief bezig waren? Dat onderzoek is nu gaande en wordt door de amnestiewet verstoord. De vraag wordt gesteld wat de juridische status is van de 15 omgekomenen.  Uit het  autopsierapport is al duidelijk geworden dat de slachtoffers zijn mishandeld en vermoord.

Dit strafproces gaat niet over moord benadrukt Venetiaan, maar over wie de moordenaars waren en wie niet. Het is een belediging naar de families en nabestaanden om het proces te doorkruisen, vinden de tegenstanders.

Verder wil men weten of de betrokkenen, de verdachten en nabestaanden, zijn gehoord door de Commissie van Rapporteurs. Bekend is dat verdachten Ritfeld, Rozendaal en Carbiere geen amnestie willen, dat zij het oordeel van de rechter willen afwachten. Uit de strafzaak zal mogelijk blijken dat sommige verdachten onschuldig zijn en dat recht, het verschoningsrecht, wordt ze door amnestie ontnomen. Er is nog enige discussie over de waarheidscommissie, over de samenstelling, de reglementen, de effectiviteit of er eerst een waarheidscommissie moet komen en daarna amnestie of andersom. In het wetsvoorstel staat dat er direct na goedkeuring van de amnestiewet een waarheidscommissie moet worden ingesteld.

De leden komen in deze vergadering niet nader tot elkaar en blijven in alle opzichten lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat zal morgenochtend 3 april 2012 om 09.00/ 14.00 uur het tijdstip waarop de vergadering wordt voortgezet, niet anders zijn. Het voornemen is morgen tot een standpunt over de amnestiewet te komen. Voorzitter Simons doet een dringende oproep om in de spreektijd morgen, niet weer in herhaling te vallen.

einde vergadering: 18.07/23.07 uur

Noot: in 2007 was er ook al  discussie over de annestiewet daarover heb ik bericht in Amnestie en strafproces in april 2007.  Interessant om in dit kader terug te lezen.

Brief nabestaanden aan parlement inzake amnestie

Brief nabestaanden aan parlement inzake amnestie:

Geachte,
1. Voorzitter en leden van De Nationale Assemblee
2. de Regering van de Republiek Suriname

Op maandag 19 maart 2012 is publiekelijk bekend gemaakt en daardoor hebben ondergetekenden, allen medeverzoekers betrekkelijk het verzoek aan het Hof van Justitie van Suriname in het jaar 2000 om strafvervolging te bevelen van onder meer Desiré Delano Bouterse terzake van moord en medeplichtigheid aan moord, daarvan kennis genomen dat door 6 leden van uw college krachtens artikel 78 van de grondwet van de Republiek Suriname een ontwerp van wet aan uw college ter behandeling is voorgelegd inhoudende wijziging en aanvulling van de Amnestiewet 1989.

Ondergetekenden zijn van oordeel dat uw college voormeld ontwerp van wet rechtens niet vermag goed te keuren en wel op de navolgende gronden.
Dit schrijven richten ondergetekenden dan ook aan u als inhoudende een verzoek in de zin van artikel 22 lid 1 van de grondwet.
Vermelde gronden zijn dan de volgende:

1. Ingevolge artikel 4 van het wetboek van strafvordering heeft het Hof van Justitie van Suriname bij beschikking d.d. 31 oktober 2000 haar Procureur-Generaal bevolen tegen de persoon van Desiré Delano Bouterse en tegen diegenen die daarvoor in aanmerking komen een strafvervolging in te stellen ter zake van moord en medeplichtigheid aan moord.

Op 8 november 2000 heeft de Procureur-Generaal, gevolg gevend aan voormeld vervolgingsbevel, aan de Rechter Commissaris een vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek gedaan tot welk gerechtelijk vooronderzoek de Rechter Commissaris ook is overgegaan. Daarmede was de vervolging van Bouterse en andere voornoemde personen aangevangen en was daardoor ook de zaak bij de rechter aanhangig.

In gevolge artikel 131 lid 3 van de grondwet is elke inmenging inzake de vervolging en inzake bij de Rechter aanhangig, verboden. Dit verbod richt zich tot zowel de gewone burger als de organen van de staat die met de hoogste trappen van staatsmacht zijn bekleed.

Dit laatste blijkt helder en duidelijk uit artikel 69 van de grondwet luidende: “de wetgever, de regering en de overige overheidsorganen nemen de bepalingen van de grondwet in acht”.
Het verlenen van amnestie door de wetgever houdt in: het opheffen van de vervolgbaarheid of verdere vervolgbaarheid van een verdachte. Op grond van het voorgaande betekent dus het verlenen van amnestie aan personen die vervolgd worden en wier zaak zich onder de rechter bevindt een ernstige schending van artikel 131 lid 2 voormeld, aangezien het helder en duidelijk een inmenging inhoudt in zaken die zich onder de rechter bevinden.

2. Suriname is sinds 12 november 1987 partij bij ‘The American Convention on Human Rights 1969’ en ingevolge artikel 1 van dit verdrag is Suriname verplicht de bepalingen van dit verdrag volledig te respecteren en te handhaven. Die verplichting wordt wat betreft de rechterlijke bescherming van de rechten van dat verdrag aan personen toegekend nader gepreciseerd in artikel 25 lid 2 sub C van dit verdrag inhoudende dat de organen van de staat verplicht zijn om te verzekeren dat die rechterlijke bescherming ook geïmplementeerd wordt en effectief is.

Als nu zoals boven aangegeven amnestie verleend zou worden met betrekking tot de personen die krachtens bovenvermelde beschikking van het Hof van Justitie van Suriname vervolgd worden, en wier zaak dus onder de rechter is, dan is mitsdien de consequentie dat de staat Suriname zich schuldig maakt aan een ernstige schending van artikel 25 van ‘The American Convention on Human Rights 1969’. De redegeving voor bovenvermeld wetsvoorstel is volstrekt ondeugdelijk zoals die is neergelegd in het intitulé daarvan en in het daarbij gevoegde concept voor een memorie van toelichting.

Immers, op geen enkele wijze wordt aangegeven dat de nationale eenheid in verdere ongestoorde ontwikkeling van de Republiek Suriname in gevaar zou komen als geen amnestie wordt verleend. Dat een dergelijke aangifte niet is geschied is uiteraard een gevolg van het feit dat dát gevaar niet bestaat. Ter dien aanzien moet nog worden opgemerkt dat amnestie een beleidsinstrument is voor oplossing van conflictsituaties die zich binnen de gemeenschap of delen daarvan kunnen voordoen en dus is er geen sprake van onderbreking van amnestieperioden aangezien elke amnestie een op zichzelf staande handeling is, toegespitst op een zich op een bepaald moment voordoende situatie.

De argumentatie in voormeld concept voor memorie van toelichting dat voortgang van de vervolging van bovengenoemde personen een eensgezinde ontwikkeling van de staat Suriname zou verstoren, is evenzeer een totaal ondeugdelijke stelling.
Immers, juist wanneer de onafhankelijke en onpartijdige rechter zijn oordeel heeft gegeven over de deugdelijkheid van de vervolging, zal de gemeenschap dit accepteren en vervolgens voortgaan met inachtneming van dat oordeel haar leven te vervolgen.
Het ecarteren van een dergelijk oordeel door een politiek besluit zal in tegendeel tot frustratie van die acceptatie leiden.

Ondergetekenden doen dan ook een zeer dringend beroep om het aan u voorgelegde wetsontwerp niet in behandeling te nemen c.q. niet goed te keuren en doen voorts een dringend beroep op de regering c.q. President om indien niettemin van een dergelijke goedkeuring sprake zou zijn, het wetsontwerp zoals voormeld niet te bekrachtigen.”

Nabestaanden van de slachtoffers van 8 december 1982:
H. Kamperveen
D. Leckie
U. Bainathsah (namens Rambocus)
R. Sohansingh
J. Riedewald
H. Behr
E. Wijngaarde
Shantie Sheombar
Shanti Adhin (namens familie Baboeram)
T. Oemrawsingh

Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede:
Betty A. Goede- Jong- A- Lim
H. Leeuwin- Alvares

Stichting Moiwana:
Danny Egger

Stichting 8 december 1982:
E. Wijngaarde